Logo Buitenlesdag

Opinie: Leuke les draagt bij aan minder werkdruk in het onderwijs

Door: Dave Ensberg-Kleijkers, Directeur-bestuurder Jantje Beton en oud-onderwijsbestuurder

De werkdruk in het basisonderwijs is hoog, te hoog. Vandaar dat het kabinet extra geld investeert in vermindering daarvan. Inmiddels is te zien waar basisscholen dat extra geld aan besteden. Vooral aan de inzet van extra personeel en soms ook aan meer of betere ICT-middelen. Dat is goed voor de korte termijn, maar op lange termijn onvoldoende om de werkdruk structureel te verminderen. Daarvoor is namelijk ook meer aandacht nodig voor de mens achter de leraar én voor de interactie met leerlingen.

Mens achter de leraar

Het verminderen van de werkdruk in het basisonderwijs kan grofweg op drie verschillende manieren: 1) investeren in de organisatie van het onderwijs rondom de leerkracht, 2) in de mens achter de leraar en 3) de interactie tussen leraar en leerling. De meeste basisscholen hebben het extra geld om de werkdruk te verminderen dus vooral ingezet op de eerste manier: meer handjes in en rondom de klas (onderwijsassistenten, gymleraren en andere vakleraren) en een betere inzet van ICT – al dan niet in combinatie met minder bureaucratie. Dat is van belang, maar daarmee is een duurzaam effect nog niet beeld. Ik mis de aandacht voor de mens achter de leerkracht. Werken in het onderwijs is namelijk mensenwerk en daarvoor geldt dat werkdruk niet alleen een objectief feit is, maar zeker ook een vorm van subjectieve, mentale beleving. Mensen die in zowel rationeel als emotioneel opzicht meer in balans zijn, zijn beter in staat een feitelijk hoge werkdruk te lijf te gaan. Het stimuleren van een dergelijke balans wordt soms gestimuleerd door leerkrachten te ondersteunen met het vinden van rust in zichzelf via cursussen mindfulness en yoga. Maar ook via actieve coaching en begeleiding van vooral startende leraren, door het beter stellen van prioriteiten en het optimaliseren van de werk-privébalans door een effectieve inzet van wat in jargon heet: ‘duurzame inzetbaarheid’. Dit alles, naast de in veel opzichten gewenste inzet op professionalisering en bijscholing van leraren.

Interactie leraar en leerling

Een andere manier om de werkdruk structureel te tackelen, is het verbeteren van de interactie tussen leraar en leerling. Een les verloopt voor een leraar ‘makkelijker’ als leerlingen actief en enthousiast meedoen, zelfstandig aan het werk zijn en elkaar helpen om zich de lesstof eigen te maken. Leraren die dat ideaal van een ‘leuke les’ weten te bereiken, ervaren minder werkdruk en méér werkgeluk. Mijn ervaring is dat dat vooral leraren zijn die creatief en inspirerend te werk gaat door aan te sluiten bij de belevingswereld van de leerling en niet vanuit zijn of haar eigen perspectief als volwassene. Zo zijn er leraren zeer behendig met allerlei digitale apps en  ‘serious games’ die leerlingen in deze 21e eeuw prikkelen op een manier die ze zelf ‘gaaf’ of ‘cool’ vinden. Maar ook denk ik aan de vele leraren die op 2 april jl. meededen aan de vierde editie van de Nationale Buitenlesdag.

Op deze dag deden ruim 340.000 leerlingen in 2.666 verschillende basisscholen mee aan een onorthodoxe, creatieve en vooral leuke lesdag in de buitenlucht. Ik sprak die dag een leraar van groep 7. “De voorbereiding op zo’n dag vraagt meer dan van een normale les, maar het betaalt zich terug. Kinderen zijn enthousiaster, meer betrokken en nemen de lesstof beter op via een buitenles. Ook na de les heeft dat nog positieve effecten op hun leervermogen en algehele ontwikkeling!”, vertelde ze enthousiast. Dat blijkt ook uit wetenschappelijk onderzoek. Door de combinatie van daglicht en frisse buitenlucht kunnen kinderen zich beter concentreren en presteren ze beter op het gebied van lezen, schrijven, rekenen en overige vakken. Ook is de beweging die ze tegelijkertijd krijgen erg gezond. Uit onderzoek in 2018 bleek dat ook leraren erg enthousiast zijn. Maar liefst 89% wil vaker buitenles geven. En 92% verwacht op lange termijn leeropbrengsten bij de kinderen. En het mooie is dat kinderen dat beamen. Uit onderzoek onder 400 kinderen komt naar voren dat ze de buitenlesdag beoordelen met een 8,8 en dat ze het liefst een dag in de week buiten zouden willen leren. Zowel leraren als leerlingen zijn dus enthousiast over het idee van buiten leren.

Meer aandacht voor de menselijke binnenkant van de leraar en meer aandacht voor verplaatsen van de lesplaats naar buiten, samen mét leerlingen zijn onmisbare ingrediënten voor het recept dat ‘werkgeluk’ heet. Ik zie uit naar de scholen die dit gerecht de komende jaren in belang van zowel leraren als leerlingen gaan bereiden.